Als we Els Annard vragen hoe het gaat met het voedselbos tegenover haar huis, dat een paar maanden geleden met behulp van onze donatie is aangelegd, antwoordt ze bescheiden en terughoudend: ‘Nou ja, voedselbós, het is een bosje hoor, het stelt nog niet zo veel voor.’ Maar de toewijding en het enthousiasme waarmee Els vervolgens verder vertelt, betekent juist alles. Die betekenis zit voor Fonds 1818 niet zozeer in de hoeveelheid bloeiende bomen of volle bessenstruiken – al is dat gezonde groen in een straat altijd mooi meegenomen –, maar vooral in de manier waarop buurtbewoners elkaar weten te vinden en hun banden versterken.
Tussen molen en moskee
Het voedselbos, of bosje, is geplant aan de slootkant van de Haagweg in Leiden, pal tegenover de nieuwbouwwijk van Els en haar buren die daar nu vijf jaar wonen. Het rijtje huizen kijkt links uit op een Hollandse houtzaagmolen die nog altijd werkt en rechts op de Marokkaanse moskee Al Hijra – ‘de gouden moskee, zo wordt ie door iedereen genoemd’ – die ook dienst doet als museum.
‘Maar dan woon je wél naast een moskee.’ Deze opmerking met bijbehorende blik van afkeuren kregen Els en haar man veelvuldig te horen toen ze hun nieuwe huis kochten. ‘Nou en!’, was hun antwoord. ‘Waarom is dat een probleem?’, vraagt Els zich ook nu weer hardop af. ‘Mijn man en ik hebben het museum bezocht: het is heel bijzonder dat de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap zelf alles voor elkaar heeft gebokst, ook het prachtige houtsnijwerk bijvoorbeeld. En iedereen was heel vriendelijk.’
Vijftienhonderd bollen, soep en taart
Die vriendelijkheid van het bestuur en de bezoekers van de moskee valt nog meer op sinds Els en haar buren de slootkant onder handen hebben genomen. Over dat contact zo meer, maar eerst de vraag: hoe is dit initiatief tot stand gekomen?
‘Eigenlijk heel simpel’, vertelt Els. ‘Mijn man en ik zagen door het raam de lelijke grasstrook en dachten: dit kan leuker.’ Samen met hun directe buren enthousiasmeerden ze wijkgenoten voor het idee om het stukje grond op te sieren. Ook schakelden ze de gemeente in, die positief op het plan reageerde en meehielp met het afgraven en het aanleggen van de dertig centimeter diepe laag aarde.
De betrokken wijkgenoten zijn onder anderen sterke mannen die zich meldden voor het zware werk, een gezin met drie jonge kinderen dat meteen in de startblokken stond (‘het meisje van zeven zag ik gisteren met een grijpertje peuken prikken, hoe lief en leuk is dat!’), maar ook mensen die geen groene vingers in de aanbieding hadden maar wél culinaire kwaliteiten. Els: ‘Terwijl we in december meer dan vijftienhonderd bollen de grond in stopten, serveerden zij ons heerlijke soep en taart, het was zo gezellig en we hebben erg gelachen.’
Wijkgenoten die Els en haar buren niet over het hoofd zagen in het bespreken van het idee, waren de mensen van de moskee. ‘Voor mij voelde het heel vanzelfsprekend om het moskeebestuur bij onze plannen te betrekken. Die samenspraak geeft het plan extra karakter. Ze vonden het leuk om mee te denken en wilden zelfs graag een financiële bijdrage leveren. Dat is geweldig.’ Samen met het geld van het Drückerfonds en Fonds 1818 konden ze alles kopen wat ze nodig hadden – bollen, plantjes, schepjes, kniematjes – en aan de slag gaan.
Hopen op een egel
Niet alleen de wijk boog zich over een goed ontwerp, er werd ook hulp van buiten ingeschakeld. Els: ‘Mijn man werkte bij een kwekerij waar mensen met een beperking het groenonderhoud deden voor allerlei organisaties. Hierdoor kende hij Joost Mentink, een bioloog die ook met ons heeft meegekeken.’
Ze hadden eerst het plan om een voedselbosje voor mensen aan te leggen, maar vanwege de fijnstofuitstoot van de nabijgelegen drukke weg, is het een voedselbosje voor dieren geworden. ‘Bioloog Joost moest daar wel wat verontwaardigd om lachen’, vertelt Els. ‘Oh, dus die fijnstof is wel prima voor de dieren?, zei hij.’
Het is nu vooral een bloeiende en natuurvriendelijke oever geworden, met bessenstruiken en bloemen- en kruidenmengsels voor insecten, vlinders en vogels. ‘En ik hoop op een egel’, zegt Els. ‘Een tijdje geleden zag ik hier een dikke egel lopen. Bij Natuurmonumenten hebben we een pakketje aangevraagd waarmee we een holletje kunnen maken waarin een egel zich veilig kan verschuilen. Dat lijkt me heel gezellig.’
Duimen omhoog
We zien bij Fonds 1818 vaker dat het ene bewonersinitiatief het andere aanwakkert. Mensen uit de buurt lopen langs en denken: dat willen wij ook! ‘Ja, zo gaat dat hier ook, leuk hè?’, vertelt Els. ‘Een buurvrouw in de straat achter ons is ook begonnen. Al die mooie stukjes groen maakt het voor de beestjes alleen maar aantrekkelijker om van A naar B te gaan, daar zijn we heel blij mee.’
Maar langs de Haagweg in Leiden ontstaat ook iets anders dan de bollen die straks uitschieten. ‘Een paar vaste bezoekers van de moskee lopen langs ons huis. Ze steken hun duim omhoog en knikken naar het bosje.’ Els lacht: ‘En dat terwijl op dit moment alleen nog maar de krokusjes en sneeuwklokjes boven de grond staan.’
Wanneer Els de mannen van de moskee buiten treft, vragen ze soms of ze kunnen helpen met het dragen van de zware boodschappentassen naar haar voordeur en maken ze een gezellig praatje. Het zijn kleine, vriendelijke gebaren die ze waardeert. ‘Er is zoveel hartelijkheid. Dat is uiteindelijk waar alles op neerkomt: het contact van mens tot mens. En dat verloopt vaak gewoon goed en in harmonie. Waarom wordt er in het nieuws dan voortdurend benadrukt wat er níet goed gaat? Mag dat alsjeblieft anders?’
Heb je ook een goed idee voor een bewonersinitiatief dat buren op de been brengt, begrip kweekt en banden versterkt? Doe de quickscan en ontdek of je bij Fonds 1818 aan het juiste adres bent.
Bewonersinitiatief
Bewoners die oog hebben voor elkaar en voor hun buurt of straat: daar draait het om bij onze bewonersinitiatieven. Vier keer per jaar geven we donaties van maximaal 1.500 euro aan enthousiastelingen uit onze regio die van aanpakken weten.
Wij werken met tien aandachtsgebieden. Dit project valt onder: