Martin Morris

Facilitair medewerker
Martin Morris Fonds 1818 Het Nutshuis

Werkdagen

Ma, di, wo, do. Vrijdags om de week.

Maak kennis met Martin

Al 28 jaar woont Martin op een steenworp afstand van Het Nutshuis. Maar pas sinds hij hier werkt, nu zes jaar, ervaart hij een echt buurtgevoel in zijn eigen stad. “Alles is gaan leven, het voelt als een geheel.” 

Inspirerend socialisme

“Alles draait voor mij om mensen, het is de rode draad in mijn leven”, vertelt Martin. Oog hebben voor elkaar, bewust zijn van de ander en van je omgeving: hij kreeg het volop mee in de kibboets in Israël. Eerst al op zijn zesde, toen hij met het gezin een paar maanden in een kibboets zat aan het begin van zijn tijd in Israël. Maar veel bewuster heeft Martin dit meegemaakt in 1987, toen hij op zijn twintigste terugging naar Israël en een klein jaar verbleef in de kibboets Ein Hashlosha. 
 
“Iedereen is daar gelijk, en iedereen is deels eigenaar; die socialistische aanpak vind ik erg inspirerend. Mensen eten samen en kinderen slapen samen.” Martin glimlacht. “Dat laatste vond mijn moeder trouwens helemaal niets toen ik daar als kind woonde. Maar ik vond het mooi om dit later terug te zien.” Samen met een vriend heeft Martin zich in de kibboets onder andere beziggehouden met het bewateren van de landbouw. “Dat was heel leuk en leerzaam.” 

Buurtgevoel in eigen stad 

De parallellen met Martins huidige baan en leven dringen zich al op. Want ook bij Fonds 1818 en in Het Nutshuis draait alles om mensen. Martin geeft aan dat hij het heel mooi vindt dat Fonds 1818 die verbinding en gelijkwaardigheid, die hij zo waardeert en van huis uit heeft meegekregen, nadrukkelijk nastreeft met het steunen van projecten die iedereen laten meedoen in de samenleving. Maar ook in zijn specifieke werk voor Het Nutshuis ervaart hij die verbondenheid heel sterk.  
 
Als één van de weinigen kent Martin het gebouw op zijn duimpje en heeft hij contact met iedereen die zich in Het Nutshuis beweegt, onder wie alle medewerkers van de non-profitorganisaties die hier hun kantoren huren. “Je voelt bij iedereen dat ze een kloppend hart hebben voor mensen, ze zijn allemaal op hun eigen manier bezig om de wereld mooier te maken. En iedereen is heel vriendelijk. Dat is geweldig.” 
 
Voor Martin zit het gevoel van verbinding ook nog in iets anders. “Ik woon hier drie minuten vandaan. Ruim twintig jaar had ik amper feeling met mijn buurt. Ik ging ’s ochtends naar mijn werk, het distributiecentrum van Ahold in Pijnacker, en kwam ’s avonds weer terug. Nu ontmoet ik mijn buren in de Nutstuin als ze gezellig wat komen drinken bij Café Soof. Alles is gaan leven, het voelt nu als een geheel.” 

Van de States naar Zoetermeer 

Hoe belandt een geboren Schot eigenlijk in Den Haag? Voor het antwoord moeten we weer terug naar de kibboets van eind jaren tachtig: Martin was daar verliefd geworden op een meisje uit Zoetermeer. Inmiddels was Martin met zijn familie vanuit Londen, waar hij in zijn tienerjaren woonde en de opleiding tot televisie- en videomonteur volgde, naar Colorado in Amerika verhuisd.  
 
“Ik woonde officieel in Colorado, maar na mijn tijd in de kibboets verbleef ik een tijd bij een vriend in New York. Daar werkte ik als verhuizer, een fijn baantje waarmee ik lekker wat geld verdiende. Het was wel te weinig geld om samen met mijn Zoetermeerse vriendin – die overkwam naar Amerika – door het land te reizen, een wens die we allebei hadden. Onze oplossing: ik ging werken voor een vervoersbedrijfje waarvoor we een auto van New York naar Tucson moesten rijden.”  
 
Het voert te ver om de waanzinnige roadtrip die volgde op deze plek uit de doeken te doen, maar spreek Martin er gerust op aan als je hem een keer treft in Het Nutshuis (spoiler: ze zijn niet in Tucson aangekomen).  
 
Na de avonturen in Amerika kwam Martin met kerst naar Zoetermeer. “Ik weet nog precies dat ik naar de Brechtzijde moest, want ik kon die straatnaam totaal niet uitspreken – net als Zoetermeer trouwens.” De liefde hield geen stand, maar Martin is nooit meer uit Nederland weggegaan. Inmiddels is hij al jaren gelukkig met de vrouw die hij tijdens zijn werkjaren bij Ahold leerde kennen: Frederiek.  

Verrassend gebouw 

Over zijn tijd bij Ahold kan Martin een boek schrijven, maar dat boek hoort hier niet thuis en is bovendien niet al te vrolijk stemmend. Laten we het voor nu dus hierop houden: de overgang van de, in Martins woorden, “commerciële killer world” naar het maatschappelijke (“en enorm schappelijke”) Fonds 1818 en Het Nutshuis was in 2019 een openbaring voor hem. Op deze plek wordt hij weer gezien voor wie hij is en voor wat hij kan. Hier draait het weer volledig om mensen, de sfeer waarin Martin het beste gedijt.   
 
Snel na Martins komst brak de coronaperiode aan. “Eigenlijk was dat voor mij best fijn, want zo kon ik in alle stilte en rust het gebouw goed leren kennen. Ook hadden we volop de tijd om de werking van de technische faciliteiten in kaart te brengen, dat handboek was er nog niet.” Toen alles weer ging draaien, met alle mensen, huurders en bezoekers die zich in het gebouw en de tuin bewegen, was Martin goed voorbereid. “Al blijft het gebouw ons altijd weer verrassen, met een lekkage hier of daar bijvoorbeeld”, vertelt hij met een glimlach.  

Martin én de natuur doen hun werk  

In de Nutstuin heeft Martin het water dan juist weer volledig onder controle. “Met dank aan de natuur, die alles voor ons regelt. Het vijverwater is zó gezond dit jaar, ik heb nog nooit zoveel lelies en waterplanten gezien als nu. Dat komt denk ik vooral door de goede kwaliteit van het grondwater.” 
 
Martin en zijn team gebruiken geen kraanwater, ze doen alles met grond- en regenwater. Ook het bewateren van de tuin, waarvoor Martin een besproeiingssysteem heeft aangelegd. “Ik stond altijd te sproeien. Dat is natuurlijk best rustgevend, maar het vreet ook tijd.”  
 
Met die vrijgekomen tijd kon Martin onder andere zijn certificaat als beheerder van de brandmeldinstallatie behalen, een plantencultuur in de kantoren opstarten, ruim tweeduizend bijenbloemenzaadjes zaaien, alle fruitbomen tot bloei laten komen, alles in het gebouw goed laten draaien. Én niet te vergeten: elke ochtend de vogels groeten. “Die gaan zo gezellig voor mijn neus zitten zingen. Ze kennen me inmiddels.”