Debatteren: ‘Je krijgt er zelfvertrouwen van’

Debatteren: ‘Je krijgt er zelfvertrouwen van’

Ze zit rechtop, maakt oogcontact en spreekt duidelijk. De 16-jarige Alya Mohammed zit in mavo 4 op het Northgo College in Noordwijk, waar debatteren onderdeel uitmaakt van het curriculum. In een interview met Fonds 1818 vertelt Alya: ‘Het helpt als je goed kan praten.’

Ben je er goed in?

“Ik wil niet opscheppen, maar ik kan het wel. Ik praat van mezelf al makkelijk. Ik klets heel veel met vriendinnen en kan lang doorgaan over een onderwerp. Mijn ouders weten dat. Ze krijgen ook wel eens van leerkrachten te horen dat ik veel praat.”

Debatteren is wel even iets anders

“Ik doe mee aan debatwedstrijden, waaraan meerdere scholen meedoen. De laatste keer was het in de eerste kamer in Den Haag. Dat was vet! Er waren ook ministers bij, die vragen gingen stellen. Dat was wel intimiderend. Voor een groep spreken is in het begin sowieso een beetje eng, dat mensen je aanstaren en iets van je vinden. Maar daar wen je aan. Als je er eenmaal staat en je klasgenoten je steunen, geeft dat je moed om te gaan praten. Je krijgt er zelfvertrouwen van.”

Hoe gaat zo’n debat eraan toe?

“Je zit met vijf personen tegenover elkaar. In het midden staat een spreektafel. De aanvoerder opent het debat, daarna komen de anderen aan de beurt. Je maakt aantekeningen, zodat je op de argumenten van de tegenpartij kunt terugkomen. En tot slot verwoordt iemand van jouw team de conclusie. Je spreekt elkaar aan met ‘u’, want het moet er respectvol aan toe gaan. Vorig jaar noemde ik iemand nog wel eens ‘broer’ of ‘vriend’, maar dat doe ik nu niet meer. Straattaal is niet netjes, en niet iedereen begrijpt het.

En waar debatteer je dan over?

“Dat kan van alles zijn. Soms weet je het onderwerp van tevoren, maar nog niet of je voor of tegen bent. In de eerste kamer kregen we pas ter plekke te horen dat we het gingen hebben over de verstorende werking van verlichting op dieren. We hadden anderhalf uur de tijd om alles wat we daarover wisten op een rijtje te zetten. Dat was best lastig, maar als je samen met een groepje brainstormt, komen er wel ideeën. Zo bestaat er bijvoorbeeld groen licht, dat betaalbaar toe te passen is en dieren niet afschrikt.”

Ingewikkeld onderwerp

“Ik heb ook wel eens gedebatteerd over kindhuwelijken. Daar ben ik tegen. Als je het dan moet verdedigen, dat is pas moeilijk. Je moet je verplaatsen in iemand die voor is en daar dan argumenten bij bedenken. Bijvoorbeeld, als een twaalfjarig arm meisje trouwt, krijgt ze meer te eten en een betere toekomst. En dan moet je overtuigend je verhaal doen, met waarheid op je gezicht en met power.”

Bluffen dus eigenlijk?

“Je kunt natuurlijk niet gaan liegen. Je feiten en argumenten moeten kloppen. Maar het helpt als je goed uit je woorden komt en het met overtuiging presenteert. Iemand in pak wordt ook sneller serieus genomen dan iemand met een pet op en gatenbroek aan.”

Wat heb je eraan?

“Heel veel! Je leert contact maken met andere mensen, nette woorden gebruiken, nadenken over onderwerpen waarover je anders niet zou denken. Dat kan allemaal helpen, bijvoorbeeld als je ergens gaat solliciteren. Ik wil doktersassistent of docent worden, dan komt het ook van pas als je bijvoorbeeld tegen patiënten of leerlingen moet praten. En ik kan mijn broertje nu makkelijker overtuigen dat hij aan de beurt is om de hond uit te laten. Het is gewoon handig als je goed kan praten.”

 

Dit artikel komt uit het Fonds 1818 Magazine.

U bent hier